Uit het AD van Woensdag 31 Januari
HERMAN ROSENBERG
Als je de ooievaars in je stad wilt houden, moet je er wat voor doen. Daarom rukte de Haagse Vogelbescherming gisteren uit naar de Parkflat Marlot. Het ooievaarsnest op de toren was dringend aan renovatie toe.
“Het nest was te groot en vooral te hoog geworden,” legt Peter Waenink van de Vogelbescherming uit. “De ooievaars hebben het zó hoog gemaakt en de bodem is zó dik dat het regenwater niet meer wegloopt. Bovendien was de rand van de schoorsteen bereikt, wat ook niet gezond is voor de vogels.”
De vraag is of de ooievaars dit menselijk ingrijpen waarderen. Toen de vogelvrienden met een hoogwerker arriveerden, nam het aanwezige ooievaarspaar zoals verwacht de wijk. Vijf “speciekuipen” met takken, bladeren en stukken plastic zijn afgevoerd. Verder werd er nog een lepel in het nest gevonden.
Waenink hoopt dat de vogels vandaag of anders binnenkort weer op de Parkflat Marlot terugkeren. “De bovenste laag van het nest hebben we bewaard en weer teruggebracht nadat we eronder materiaal hadden weggehaald. We hopen dat de ooievaars daardoor hun nest herkennen.” ![]()
De ooievaar is sinds het einde van de jaren negentig terug in de stad waarvan hij sinds de late Middeleeuwen het wapen siert. Opvallend is dat de ooievaar in Nederland de laatste jaren van een trek- een stand- vogel is geworden: bij overwintert gewoon hier. De zachte winters en de vele bijvoeding door particulieren maken de trip naar zonniger oorden overbodig. Maar wat nu als de vorst toch plotseling invalt en aanhoudt? “Dan blijven ze bijvoorbeeld een tijdje in Noord-Frankrijk”, zegt Waenink.





