Door een technische onvolkomenheid zijn in de column van Ad Kamp, op de achterkant van de laatste editie van de Marlot Courant, een aantal storende fouten opgetreden, waarvoor oprecht gemeende excuses van de MC redactie.
Onderstaand opnieuw deze column, maar dan zoals Ad hem heeft aangeleverd.
VERDIFESTIVAL MARLOT
Festivals zijn hot. Iedere zich respecterende stad of dorp heeft tegenwoordig een festival: Festival Classique Den Haag (laagdrempelig FC Den Haag gedoopt), Delft Chamber Music Festival, Grachtenfestival, Oude Muziek Utrecht, Blazersfestival Guca (Servië), Saltzburger Festspiele, etc.
Dat Marlot niet kon achterblijven was duidelijk. In navolging van Verona en Aix en Provence is gekozen voor een Opera Festival, en wel op de plaats van de oude kwekerij.
Thans verrijst daar het decor voor de eerste productie: Aïda van Guiseppe Verdi (dus niet van Elton John.)
Aan de Rijksstraatweg komt het imposante paleis van de Egyptische Farao in Memphis, opgetrokken in handgebakken stenen van rode Nijlklei. Hier speelt de eerste akte, waarin de kapitein van de Garde Ramadès (tenor) door de koning tot opperbevelhebber van het Egyptische leger wordt benoemd om ten strijde te trekken tegen de naar Thebe oprukkende Ethiopiërs. Na zijn vertrek zingt zijn heimelijke liefde, de beeldschone Nubische slavin Aïda (sopraan) de dramatische aria Ritorna vincitor (Keer als overwinnaar terug), in vertwijfeling want zij is –zonder dat iemand het weet!- de dochter van de Ethiopische koning Amonastro (bariton).
Voor de tweede scène zorgt een vernuftige draaideurconstructie ervoor, dat het paleis in vijf minuten wordt omgetoverd in de tempel waarin Hogepriester Ramfis (uiteraard: bas) met een koor van priesters en priesteressen de god Phta vereert.
De handeling verplaatst zich daarna naar Thebe, 500 km stroomopwaarts aan de Nijl. In de tijd van de farao’s moet dat een hele verhuizing zijn geweest, maar daarvoor ligt de verantwoordelijkheid bij Verdi en zijn librettist.
Echter, ook de toeschouwers van onze opera zullen zich verplaatsten, naar het Grand Canal, waar onder de beuken speciale tribunes komen. Het Canal zal worden omgevormd tot de Nijl, waarover het overwinningsleger van Ramadès (want hij heeft natuurlijk gewonnen) in felluca’s zal terugkeren. Aan het einde van het Grand Canal komt de stadspoort van Thebe, waarop acht natuurtrompetten de wereldberoemde Triomfmars over de Nijl (het Grand Canal) zullen laten schallen en waar het juichende volk (het Marlotpubliek) Ramadès en zijn mannen een pompeus Gloria all’ Egitto toezingt.
In deze productie zal de intocht echter niet vergezeld gaan van de traditionele stoet van olifanten, kamelen, Nubische geiten, ezels, giraffen, krokodillen en Nijlpaarden. Onder druk van Wakker Dier heeft de producent daarvan afgezien. Ramadès (gespeeld en gezongen door de voorzitter van de Marlotvereniging) zal ditmaal een stoet Oldtimers aan zijn zegekar binden, een origineel en (gezien de tijd van handeling) passend alternatief.
Ad Kamp
P.S. Als tijdens de voorstelling Egyptische Nijlganzen worden gesignaleerd is dat louter toeval. Met de opera hebben zij niets van doen.
De stadspoort van Thebe, waarop acht natuurtrompetten de beroemde Triomfmars over het Grand Canal zullen laten schallen. Een verzoek van Libië om op deze locatie het 40-jarig jubileum van Gadaffi te vieren is door de gemeente om veiligheidsredenen afgewezen.






